• Sonja Muller •

Verander jouw perceptie op de wereld en start
vandaag nog met een beroepsopleiding!

Media

Zoektocht naar legendarische Friese Koning Finn


Sonja op zoek naar Koning Finn

Er zijn maar weinig Friese koningen uit de Middeleeuwen bekend. Radboud of in het Fries Redbad is de meest bekende koning van de Friezen. Hij regeerde rond 680 tot aan zijn dood in 719 over een Groot-Friesland, het Magna Frisia, dat zich uitstrekte van Zuid-Holland, Utrecht, Dorestad (het huidige Wijk bij Duurstede) tot en met het Duitse Ostfriesland. Na zijn dood werd Friesland gekerstend en viel het rijk uiteen. Naar de namen van de eerste Friese koningen tast de officiële geschiedenis tot nu toe in het duister.

Succesvol amateurarcheoloog Jan Zijlstra bestudeerde al ruim twintig jaar de vroegste geschiedenis van Friesland van voor de kerstening tot het Christendom. Dankzij opzienbarende archeologische vondsten op de terp van Wijnaldum, overtuigde hij de officiële archeologie om opgravingen te doen op de ‘Koningsterp’ van Wijnaldum.

Tussen 1991 en 1993 werd er gezocht naar Friese koningen, die er mogelijk vanaf 400 tot 600 hun residentie zouden hebben gehad. Was Wijnaldum het centrum van de eerste Friese koninkrijken met rond 450 de residentie Hogenburg van de legendarische koning Finn? Omdat schriftelijke bronnen uit de eerste hand ontbreken, durven archeologen er hun vingers niet aan te branden. Zij komen niet verder dan te concluderen dat in die periode de Friese elite hier moet hebben gewoond.

De Friese koning Finn wordt onder andere genoemd in het beroemde vroegmiddeleeuwse Engelse heldendicht Beowulf. De held Beowulf trekt de wereld in en doet zo ook het hof aan van de Deense koning Hrothgar. Hier verslaat hij het vreselijke monster Grendal. Tijdens het feestbanket in de grote Koninklijke hal ter ere van Beowulf werd door de bard de tragische ondergang van de Friese koning Finn bezongen.

Koning Finn wordt in het Beowulfepos genoemd als de opponent van Hengest, de veroveraar van Kent. Hengest was afkomstig uit Anglen, in het huidige Denemarken. Finn zou omstreeks 450 geleefd hebben. Maar waar hij zijn residentie had, is niet bekend. Hij was getrouwd met de Deense prinses Hildeburg. Er ontstond een conflict tussen de Denen en de Friezen. Na de slag om de Finnsburg kwamen Finns zoon en zijn zwager Hnaef, de broer van Hildeburg, om het leven. Er kwam een bestand, maar na een tweede slag kwam Finn zelf tijdens de strijd om het leven.

Jan Zijlstra raakt er steeds meer van overtuigd dat dit de terp van Wijnaldum moet zijn geweest. Hier zijn ook enkele voorwerpen gevonden met Scandinavische runentekens. Op uitnodiging van de FrieslandPost gaat Jan Zijlstra samen met medium en runenspecialiste Sonja Muller ter plekke op onderzoek uit. Dit is een onorthodoxe manier om met de geschiedenis om te gaan.

Heeft de legendarische koning Finn echt bestaan en zo ja, had hij zijn hoofdresidentie de Hogeburg op de terp van Wijnaldum?

fibula

Op dinsdag 21 juli 2009 vindt de expeditie plaats. Het is aan het begin van de hondsdagen met wisselvallig weer. Er hangen witte en grijze wolken in de lucht, maar het blijft droog. De zoektocht begint in het archeologisch steunpunt op de terp van Wijnaldum, tegenover de middeleeuwse terp. Sonja Muller is van tevoren niet op de hoogte gebracht van waar de reis naar toe gaat en waar we naar op zoek zijn.

Jan Zijlstra wijst in het centrum op een uitvergrote kleurenfoto van de wereldberoemde fibula of mantelspeld van Wijnaldum. Het sieraad is belegd met cellen van plaatgoud die ingelegd zijn met stukjes almandijn, een doorschijnend-rode halfedelsteen. Onder elk stukje almandijn bevindt zich een reflecterend laagje goudfolie. De combinatie goud en doorschijnend rood zorgt voor een flonkerende reflectie van het licht. Naast geometrische motieven werden er twee draken of fabeldieren op afgebeeld.

De mantelspeld was niet compleet. Jan Zijlstra meldt trots dat hij met behulp van vondsten van anderen de fibula completer heeft gemaakt. Jan: “Vanaf de jaren zeventig gingen veel mensen met een detector op zoek naar munten. Als amateurarcheoloog had ik goed contact met deze metaalzoekers. Door een van hen werd ik op een bepaald moment gebeld: ‘Jan, ik heb ook goud gevonden!’ Goud was rond 450 tot 700 in deze regio nog veel zeldzamer dan tegenwoordig. Bij mij ging een lichtje branden, toen hij zei: ‘Er zitten ook rode steentjes in’. Ik vroeg hem of er ook goudfolie op zat en nadat hij dat beaamde, was ik er bijna zeker van dat het een ontbrekend stuk was van de beroemde fibula in het Fries museum. Het was bovendien op het zelfde stuk land gevonden. Hij bracht het gevonden onderdeel bij me en ik ging in het museum ‘spioneren’ of dit onderdeel aansloot op de voetplaat van de fibula. Dat was het geval. Later werden er in dat stuk land nog enkele onderdelen gevonden, waardoor de fibula nu bijna compleet is.”

Winwaldaheem: woonplaats van het stamhoofd

Jan Zijlstra: “Het sieraad werd rond 600 vervaardigd en was zéér uitzonderlijk en van hoge kwaliteit. Het moet toebehoord hebben aan de vrouw van een koning of het stamhoofd. Het was gewijd aan de vruchtbaarheidsgodin Freya.

Ik ga terug naar de periode van rond 325 tot 400, toen de terpen van Wijnaldum grotendeels ontvolk raakten. Tussen 400 en 450 komen hier nieuwe groepen mensen te wonen: Angelen, Saksen en Jutten. Het is de tijd van de grote volksverhuizingen in Europa. De nieuwe bewoners vermengden zich met de oude bewoners en noemden zich Friezen. De plek kreeg vanaf die tijd de naam Winwaldaheem. Win is het oud-Friese woord voor vriend, familie of stam. Wald betekent heerser of macht. Een heem is het erf of dorpsgebied. De betekenis van de naam is dus woonplaats van het stamhoofd. Uit het groot aantal archeologische vondsten met als hoogtepunt de fibula, trek ik de conclusie dat dit de woonplaats van de eerste Friese koningen was. Zo kwam ik op de naam die via de Beowulf overgeleverd was via de Engelse traditie. Zijn volledige naam was Finn Folcwalding, oftewel zoon van Folckwalding. Walda betekent heerser.”

De naam Finn is niet een typisch Friese naam. Volgens Sonja Muller heeft de naam een Vikingachtige klank en komt deze ook voor in Schotland en Ierland. Daar betekent het zeewolf of amfibisch wezen. Waarom was voor de naam Finn gekozen? Jan: “Gespeld als Frana betekent het: een soort militair aanvoerder, rechter en vertegenwoordiger van de heer, de Frankische koning. Het valt niet te bewijzen, maar ik ben er van overtuigd dat koning Finn hier echt geleefd heeft.”

Er wordt een afbeelding getoond van een amulet, een stukje been met daarin gekerfd een runeninscriptie. De meeste onderzoekers lezen daarin de naam van de Germaanse oppergod Inguz, vergelijkbaar met Wodan, Odin of Freyer. Sonja wijst op het runenteken Dagaz, wat doorbraak betekent en leest het amulet als: de grond is weer vruchtbaar. Dat zou kunnen verwijzen naar het opnieuw in gebruik nemen van de terp. Het kan ook onderdeel hebben uitgemaakt van een vruchtbaarheidsritueel.

Visioen

We gaan naar buiten, waar medium Sonja Muller op de terp bij de kerk zich probeert in te stellen op de periode van rond het jaar 450 en op koning Finn. Op deze terp ziet Sonja boeren aan het werk in bruin-grijze juten kleding. Sonja Muller gaat licht in trance: “Er worden verschillende gewassen verbouwd. De boeren zijn bezig met irrigatie. Ze halen het water ergens anders vandaan hiernaartoe. Nu zie ik boten met mensen in legerkleding uit het Westen komen. Ze dragen een soort helmen van leer en ijzer en harnassen van leer met ijzer. Op de schouders hebben ze een soort gele koperen ringstukken. Het zijn voor die tijd grote mensen met rood-blond haar. De mensen hier worden onder de voet gelopen. Ze trekken hiervandaan door naar Jutland, waar ze zich vestigen.

Ik krijg Finn te zien; hij is niet jong gestorven. Ik zie hem tegenover de troepen staan. Hij draagt een mantel die aan de binnenkant met rode stof gevoerd is en aan de buitenkant zilvergrijs. Hij staat op een verhoging en wijkt niet van zijn plaats.

Ik zie lange met riet gedekte huizen. Die staan niet hier maar op een andere terp. Daartussen zie ik een groot gebouw dat enkele honderden mensen kan herbergen.”

 Jan Zijlstra: “Die hal zal de koningshal zijn voor de landdag van zijn onderdanen. Het koningschap was in die tijd een reizend koningschap. De grenzen van een koninkrijk waren vaak afhankelijk van de machthebber en zijn persoonlijke relaties. Om die relaties te onderhouden moest de koning geschenken uitdelen en banketten aanleggen. Uit de Beowulf weten we dat de Deense koning de held Beowulf een gouden standaard, een bewerkte banier, een borstpantser en een helm schonk. Hem werd bovendien een prachtig zwaard aangeboden. In de Koninklijke hal werd het beste voedsel en drinken voorgeschoteld.”

“Rood was de kleur van de koning. Dus daar past een mantel met rode binnenvoering bij. De onderkomens waren in die tijd opgebouwd uit massieve plaggenwanden van tussen de zestig centimeter tot een meter dik.
Ze waren over het algemeen vier meter breed en zes en een halve meter lang.”

Steekwapens en bloedige strijd

We lopen vanaf de huidige dorpsterp naar het land waar de archeologische vondsten zijn gedaan. Die terp is niet heel hoog maar, ongeveer twee meter boven het maaiveld. Volgens Jan liep er destijds nog een geul tussen de terpen door, de Rietstroom, waardoor Wijnaldum via zee bereikbaar was. Het kweldergebied hieromheen werd regelmatig overstroomd en werd doorsneden door kleine stroompjes met brak water. Door het hoge zoutgehalte groeiden in het kweldergebied geen bomen en struiken, maar op de terpen wel.

Aangekomen bij het weiland waar veel vondsten gedaan zijn, overhandigt Jan een gevonden speerpunt aan medium Sonja Muller.

Sonja: “Ik krijg nu het beeld te zien van een steekwapen met weerhaken; ik zie krijgers hun tegenstander in de buik steken en darmen naar buiten komen. Ik krijg een triest gevoel. Hebben aan deze speerpunt weerhaken gezeten?”

Jan antwoordt: “De Angelen hadden dergelijke gemene wapens wel. Het heeft niet aan deze speerpunt gezeten.”

Sonja vervolgt: “Ik krijg nu het beeld van een krijgster. Ze heeft bruin golvend haar en straalt een grote kracht uit. Ze is nog feller in de strijd dan de mannen, ik krijg gewoon kippenvel. Ik zie dat de krijgster tot koningin wordt gekozen.”

Jan: “Een beeld van een koningin met speerpunt in de hand zou kunnen verwijzen naar een Romeins godenbeeld van de godin Minerva met een speer in haar hand. Zij was de burchtmaagd die de nederzetting moest beschermen. Deze is in het Rijksmuseum van Leiden beland en behoort tot de mooiste Romeinse beelden in Nederland. Het kan ook nog verwijzen naar een Friese koningin waarover de kronieken spreken. Daar is van bekend dat die enorm dominant was en heerste over het hele Friese gebied.”

 Jan Zijlstra is al lange tijd op zoek naar de betekenis van de naam Finn. Dit was vermoedelijk een erenaam of bijnaam waaronder hij bekend is gebleven. Finn’s vaders droeg de titel Folcwalda, een bijnaam van de Scandinavische oppergod Freyer. In oude Friese kronieken werd hij Rickwalda genoemd, wat betekent: heerser over het rijk. In feite heeft het dezelfde betekenis. Alle koningen pretendeerden af te stammen van de Germaanse oppergod.

Wat is de achtergrond bij de naam Finn?

Sonja spreidt haar zijden doek uit in het kruidige gras. Insecten zoemen in het rond. De zon breekt half door de wolken heen en het is vochtig warm. Jan laat de runenstenen door zijn handen glijden, schudt ze en concentreert zich op zijn vraag waarmee hij als onderzoeker al tijden worstelt: hoe komt Finn aan zijn deknaam? Hij werpt de runen.

Het orakel blijkt niet een eenduidig antwoord te geven. Sonja: “Er liggen vier runen op een rij. De eerste is Berkana, de rune die staat voor nieuwe levensprocessen en vruchtbaarheid. Het bevordert de groei, ook die van het goddelijke. De tweede rune is Isa, wat voor persoonlijke stilstand staat, dat wat belemmert, ijs. De derde rune is Ehwaz, wat vooruitgang, beweging betekent en symbool voor het paard. Deze rune refereert aan de oppergod Odin en zijn achtvoetig paard Sleipnir. De vierde rune is Eihwaz, die staat voor de verdediging, de kracht om onheil te weren. Ik kan uit de legging niet direct de betekenis van zijn naam afleiden, maar het moet een van de vele bijnamen voor Odin zijn.”

Jan: Ik heb zelf een stuk of vier á vijf mogelijkheden waaruit ik niet kan kiezen. In ieder geval droeg zijn vader wel de titel van de oppergod Odin als bijnaam. Ik zal thuis nagaan of ik hiermee verder kan. Ik vond dit een boeiend experiment. Vooral Sonja haar visioen van de vrouw met de speer.”

Over Sonja Muller

Orakelspecialiste en medium Sonja Muller heeft zich verdiept in de werking van de Scandinavische runen. Volgens de noordse mythologie is het naast een alfabet ook een geheimschrift voor wijsheid en kennis van het verborgene. De god Odin, op zijn eindeloze zoektocht naar meer wijsheid, hing zich negen nachten lang op aan de wereldboom Yggdrasill. Daarna kwam hij tot inzicht in het geheim achter de runen. Door het werpen van de runenstenen kan aan de hand van de positie van de runen een bepaalde betekenis afgelezen worden.

Daarnaast raadpleegt ze het Keltisch boomorakel, Ogham, gebaseerd op het Keltische alfabet uit de tijd van de Druïden in Ierland. Ze doet een legging op een zijden doek met daarop afgebeeld een Finns wiel, naar de Ierse held uit de Finnsburgsaga. Dit heeft niets te maken met de Friese koning, maar speelt zich enkele eeuwen later af in Ierland.

Als therapeute gebruikt Sonja de runen voor het geven van praktische antwoorden op vragen over gezondheid, werk, relaties en voor spirituele zaken. Zij laat zien dat oude mythen ook in onze tijd van toepassing kunnen zijn.

• Profiel •

• De tijd is nu! •

• Gedachtegangen •